Belgische patiënt tast in eigen zak

19/12/16 om 10:46 - Bijgewerkt op 21/12/16 om 16:20

Belgische patiënten moeten meer dan het Europese gemiddelde uit eigen zak betalen voor gezondheidszorg. Dat gaat voor een groot stuk naar de zorg zelf, en in mindere mate naar geneesmiddelen. De Oeso-publicatie 'Health at at glance: Europe 2016' zet de Belgische gezondheidszorg in een Europees perspectief.

Belgische patiënt tast in eigen zak

© de Apotheker

Belgen besteden gemiddeld 3,2% van het gezinsinkomen aan gezondheidszorg. Dat is meer dan het Europese gemiddelde, dat 2,3% bedraagt. Opvallend is dat hiervan de helft (52%) naar uitgaven voor de zorg zelf gaat (inclusief kosten voor revalidatie en hulpdiensten - EU-gemiddelde is 29%). De langetermijnzorg zit niet in deze uitgaven.

Een klein derde (29%) van het geld dat de Belgische patiënt uit eigen zak betaalt, gaat naar geneesmiddelen. Hier zit ons land ruim onder het Europese gemiddelde (40%). Het valt ook op dat in ons land 82,2% van de mensen een privéverzekering heeft voor gezondheidsuitgaven. Ons land komt hiermee net in de top drie terecht, vlak na Nederland. Absolute koploper is overigens Frankrijk.

Het aantal mensen dat zorg uitstelt - of afstelt - om financiële redenen ligt in ons land onder het Europese gemiddelde, maar we doen het hier volgens de Oeso toch minder goed dan de meeste van onze buurlanden. Vooral mensen met een laag inkomen zien in ons land soms af van tijdige medische zorg omdat ze krap bij kas zitten.

In 2015 gaven Belgen per persoon 3.481 euro uit aan de gezondheidszorg, overheidsuitgaven en privéuitgaven tezamen genomen. We komen hiermee op de achtste plaats in de EU. Het aandeel van de gezondheidszorguitgaven in het Belgische BBP bedraagt 10,4% (EU-gemiddelde is 9,9%). België bekleedt hiermee de zesde plaats in het EU-clubje.

Health at a glance focust niet alleen op economische factoren, maar ook op gezondheidsindicatoren, kwaliteit van de zorg, toegankelijkheid in het algemeen,... Nog een greep uit de opvallende bevindingen:

België had in de periode 2008-2013 de beste vijfjaarsoverleving voor colorectale kanker van alle EU-landen. België (als geheel) presteert overigens onder het Europese gemiddelde voor het bevolkingsonderzoek op borst- en op cervixcarcinoom.

België is een koploper voor de DTP-vaccinatie, met een vaccinatiegraad van meer dan 99% bij kinderen op de leeftijd van één jaar. België zit wel onder het Europese gemiddelde voor de vaccinatiegraad tegen mazelen op deze leeftijd (vaccinatiegraad van 92%). Wat hepatitis B betreft, moet ons land alleen de Tsjechische Republiek laten voorgaan (vaccinatiegraad op één jaar van 98%).

Met drie praktiserende artsen per 1.000 inwoners zit België onder het Europese gemiddelde (3,5/1.000 inw.) Dit relatieve aantal actieve artsen in ons land is deze eeuw ook nauwelijks gestegen. De Belgische artsen zien dan ook heel wat patiënten: gemiddeld 2.540 per jaar (EU-gemiddelde 2.145). De Belgische patiënt ziet gemiddeld 7,4 keer per jaar een arts (EU-gemiddelde 7,1).