...

Procentueel roken er vandaag heel wat minder Belgen dan 50 jaar geleden. We zijn van bijna 50% gezakt naar iets minder dan 20%. Maar in aantal rokers is dat nog steeds heel erg veel, en de impact op de gezondheid blijft enorm. En dan gaat het niet enkel over longkanker en -ziekten, maar ook over andere kankers en cardiovasculaire aandoeningen. De uitdaging is dus groot om het aantal rokers snel verder naar beneden te krijgen én tegelijk te voorkomen dat jongeren ermee beginnen. Daarbij dient er enerzijds op ontradende wijze gewerkt te worden via regelgeving, maar evengoed via een ruime sensibilisering en ondersteuning. Een ander deel van de uitdaging is het omgaan met de tabaksindustrie die het nicotineverslavingsmodel maar wat graag in stand wil houden. Zij brengt daarom voortdurend nieuwe producten op de markt die nicotineverslaving in de hand werken of onderhouden. Dat gaat over tal van e-sigaretproducten, maar ook de nieuwere 'heat- not-burn sticks', die jammer genoeg binnenkort ook in België beschikbaar zullen zijn. Door het instellen van strikte maatregelen kan regelgeving zeker een deel van de bevolking afhouden van het roken, benadrukt prof. Nackaerts. Dat gaat van het optrekken van de leeftijd om tabaksproducten te kopen, het invoeren van rookvrije ruimtes en recent ook de invoering van de volledig neutrale sigarettenverpakkingen. Volgens sommigen is de e-sigaret een 'gezondere' optie doordat ze veel minder schadelijke bestanddelen bevat dan tabak en als ze niet gecombineerd wordt met de tabakssigaret. Maar de meeste vapers gebruiken e-vloeistoffen met nicotine, en worden dus nicotineverslaafd. Regelmatig nicotineverbruik wordt in het bijzonder bij jongeren beschouwd als schadelijk voor hun verdere hersenontwikkeling. Het is dan ook problematisch dat het aanbod van nicotine bevattende producten (zoals de 'heat-not-burn sticks') blijft toenemen. Daarmee creëer je nieuwe nicotineverslavingen en hou je reeds bestaande in leven. Daar dient men zich als maatschappij en als overheid toch wel vragen bij te stellen. Ook wijst prof. Nackaerts er op dat we momenteel nog geen idee hebben van de gezondheidsschade die de chemische stoffen, bevat in e-sigaretten, op langere termijn kunnen veroorzaken. Dat e-sigaretten (vloeistoffen of toestel) mogelijk schadelijk kunnen zijn, bewijst het recente verhaal van EVALI (acute longschade geassocieerd met vapen) in de Verenigde Staten. Eén van de problemen is dat er een enorme en immer evoluerende variatie aan e-liquids en toestellen bestaat, wat een sluitende controle bemoeilijkt. Hierdoor is het ontzettend belangrijk dat de overheid continu waakzaam blijft en snel ingrijpt wanneer nodig. Als we praten over preventie naar de jeugd toe, zijn er verschillende partijen die een belangrijke rol kunnen spelen, gaat tabakoloog Van Lommel verder. Er is de overheid, maar ook de school zelf, ouders, leeftijdsgenoten en rolmodellen kunnen een prominente invloed hebben. Jammer genoeg zien we dat de e-sigaret een erg grote aantrekkingskracht heeft op de jeugd, en dat heel wat jongeren beginnen te vapen. Hiertegen dient dus aanhoudend gesensibiliseerd te worden via campagnes en projecten. Een mooi voorbeeld is het 'Bullshit Free Generation'-project van het Vlaams Instituut voor Gezond Leven, dat als doel heeft jongeren kritischer en weerbaarder te maken1. Maar ook de regelgeving zou nog strikter kunnen. België was in 2019 het laatste land in de EU dat de leeftijd om tabaksproducten te kopen optrok naar 18 jaar. Maar er zijn landen waar die leeftijdgrens nog hoger is. In sommige landen gaat men nog verder, en voert men een totaalverbod in op de e-sigaret. Toch is de logica daar soms ook zoek, want de traditionele sigaret blijft vaak wel gewoon verkrijgbaar. Ook bij het stoppen met roken werken ontradende maatregelen voor een deel, zegt prof. Nackaerts. Niet meer mogen roken in openbare gebouwen of op de werkvloer heeft zeker bijgedragen tot het groter aantal rokers die al wisten te stoppen met roken. "Maar we kunnen in België nog steeds verdergaan met de aanpak van passief roken. Kijk naar Nederland, waar sinds 2019 het roken op de globale campus van de ziekenhuizen helemaal niet meer toegestaan is." Enkel ontrading werkt niet, vervolgt tabakoloog Van Lommel. Ook een optimistische benadering naar de roker toe is belangrijk. Aanmoediging en interesse in het plan om te stoppen en de uitvoering ervan kan zeer motiverend werken. En dat is zeker iets waarbij de huisarts en de apotheker een belangrijke rol kunnen blijven spelen. Voor een deel van de rokers kan refereren naar een tabakoloog zeker nuttig zijn2. Maar het merendeel van de rokers die wil stoppen kan dat op eigen kracht, al dan niet met de hulp van bepaalde rookstopmedicatie. Over de plaats van de e-sigaret bij het stoppen met roken zijn de meningen verdeeld. In het rookstopprogramma van het UZ Leuven raadt men ze aan noch af. Het stoppen met roken is voor elke patiënt een persoonlijk traject en het is belangrijk dat hij/zij dat kan invullen op de manier die het best past bij de individuele noden. Over hoe succesvol rokers zijn bij het stoppen bestaan variabele cijfers, en op basis van eigen ervaring zegt tabakoloog van Lommel dat ongeveer 30-50% na zes maanden nog steeds gestopt is. Eens gestopt blijft de grote uitdaging om niet te herbeginnen. Bij die opvolging is zeker ook een rol voor de behandelende huisarts of specialist weggelegd, benadrukt prof. Nackaerts. Niet meer roken maakt immers deel uit van de behandeling van een groot aantal ziekten (COPD, astma, longkanker, myocardinfarct, Crohn,...) waarop roken een negatieve invloed heeft. Met je patiënt praten over zijn rookgedrag en er regelmatig op terugkomen is essentieel, want eens nicotineverslaafd blijft het risico op later herval altijd bestaan.1. www.gezondleven.be; www.bullshitfree.be 2. www.rookstop.vrgt.be