Eén op de vijf apothekers is ouder dan 65

  • Bijgewerkt om

Iets meer dan één op de vijf apothekers is 65 jaar of ouder. Dat is minder dan bij de huisartsen en specialisten, maar meer dan bij andere gezondheidsberoepen zoals tandartsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen.

© Istock

Dat alles blijkt uit de nieuwe Riziv-statistieken over het aantal individuele zorgverleners.

In ons land mogen welgeteld 277.084 zorgprofessionals aan de slag, dat is 2% meer dan in 2016. 45.805 van hen waren artsen, 181.279 hadden een nietmedisch beroep, met name apothekers, tandartsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen, en paramedische beroepen.

Op 31 december 2017 hadden 17.824 apothekers het recht om prestaties te verrichten, dat is 1% meer dan een jaar voordien.

Van die actieve apothekers waren er op 31 december 2016 3.774 ouder dan 65 jaar, wat overeenkomst met zo'n 21% van het totaal.

Het globale aantal apothekers (17.824) wordt uitgemaakt door 5.826 apothekers gerechtigden, 11.275 apothekers niet-gerechtigden en 723 apothekers-biologen. Opvallend: in die laatste groep zijn vier op de tien ouder dan 65. In de andere groepen schommelt het percentage 65-plussers rond de 20%.

Vergrijzing vooral bij artsen

Vooral bij huisartsen en specialisten is de vergrijzing van het beroep merkbaar. Van de 15.754 huisartsen die op 31 december 2017 het recht hadden om prestaties te verrichten, was meer dan een kwart (27%) 65 en ouder. Bij de specialisten was dat gemiddeld 23%.

Ter vergelijking: het percentage 65-plussers bij de tandartsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen met het recht om prestaties te verrichten bedroeg respectievelijk 19%, 7% en 11%.

Bekijken we het aantal zorgprofessionals in vergelijking met het aantal inwoners, dan steken de verpleegkundigen en vroedvrouwen er met 41,9 per 10.000 inwoners met kop en schouders boven uit. De artsen volgen met 30,5 - van hen 11,3 huisartsen - gevolgd door de kinesitherapeuten met 19,7, de apothekers met 12,2, de paramedische beroepen met 9,8 en de tandartsen met 7,5.