...

De cijfers die nu op tafel liggen, gaan over 2008. Toen werden in België ruim 2,4 miljoen patiënten behandeld met een of meerdere antihypertensiva. Ongeveer 1.219.000 patiënten gebruikten een of meerdere middelen tegen astma en COPD en ruim 1,1 miljoen patiënten namen minstens één verpakking van een terugbetaald antidepressivum. Bijna acht op de tien daarvan (77,8 %) kregen in 2008 meer dan een verpakking voorgeschreven. 40.070 mensen met Alzheimer kregen een geneesmiddel tegen hun ziekte terugbetaald... En ten slotte kregen 509.342 patiënten minstens één terugbetaalde verpakking van een antidiabetesmiddel. De kaap van een half miljoen Belgen dat aan diabetes lijdt en daarvoor ook behandeld wordt, is daarmee in 2008 overschreden. Kost Het zijn op zich al indrukwekkende cijfers. Maar als we gaan kijken naar de kost, dan wordt 63,9 procent van de geneesmiddelenuitgaven van de verzekering ingenomen door middelen voor vier groepen. Het zijn geneesmiddelen voor 1) het hartvaatstelsel, 2) het zenuwstelsel, 3) antineoplastische en immunomodulerende middelen en 4) het maag-darmkanaal en het metabolisme. Waar de laatste jaren een duidelijke daling te zien was in de nettokost van antibiotica, blijkt die daling in 2007 gestagneerd te zijn. Iets wat zich in 2008 heeft bevestigd. De snelste stijger in nettokost vormt de klasse L, met cytostatica en immunomodulerende middelen. Meest ingenomen Het is niet omdat een geneesmiddelengroep de grootste kost uitmaakt, dat hij ook het meest wordt geslikt. Zo komen, qua gebruik, middelen voor het maag-darmkanaal en het metabolisme op de tweede plaats, terwijl ze, qua kost, pas op nummer vier komen. Middelen voor het ademhalingsstelsel komen dan weer niet in de top 4 van kosten voor, maar staan wel op nummer 4 als we kijken naar de mate waarin ze gebruikt worden. Generieken Het aandeel van de generieken blijft stijgen en de cijfers die in het rapport geciteerd worden, zijn eigenlijk niet meer representatief voor vandaag. In 2008 schreef de gemiddelde arts zo'n 24 procent (in DDD) van de geneesmiddelen in generiek voor. Hierbij zijn niét de originele, in prijs verlaagde, middelen geteld. Dan zouden we aan 40,3 procent komen. Meer dan acht op de tien voorgeschreven geneesmiddelen werden door een huisarts voorgeschreven, maar er is een toename van het aantal voorschriften door geneesheren-specialisten.