Elk jaar zijn er in België meer dan 1.000 nieuwe gevallen van kanker die zijn veroorzaakt door hpv: niet alleen baarmoederhalskanker, maar ook meer zeldzame kankers zoals die van de vagina, de vulva, penis en anus. De laatste drie nemen toe in ons land. In de afgelopen decennia blijkt hpv ook een toenemend aantal oro-pharyngeale tumoren te veroorzaken. Een kwart van al deze kankers komt voor bij mannen. Daarnaast is het hpv-virus ook verantwoordelijk voor ano-genitale wratten, die jaarlijks tussen de 13.000 en 20.000 mannen en vrouwen treffen.

Succesvol in Vlaanderen

Sinds 2010 worden er in Vlaanderen vaccinatieprogramma's voor meisjes van 12 tot 14 jaar georganiseerd, en sinds 2011 in Brussel en Wallonië. Ze werden ingevoerd op basis van een advies van de Hoge Gezondheidsraad in 2007, en waren enkel bedoeld om baarmoederhalskanker te voorkomen. Met een vaccinatiedekking van 91% (2016) is deze vaccinatie zeer succesvol in Vlaanderen. Ze is het echter minder in Brussel en Wallonië, want daar is slechts 36% tot 50% van de meisjes gevaccineerd (2017).

In 2017 paste de Hoge Raad voor Gezondheid zijn advies aan. Hij beval aan om voortaan meisjes én jongens tussen 9 en 14 jaar te vaccineren. Deze trend wordt ook gevolgd door de meeste andere westerse landen.

Uit de medisch-economische literatuur blijkt dat om alle hogervermelde kankers te voorkomen, de uitbreiding van de vaccinatie van enkel meisjes naar ook jongens kosteneffectief zou zijn, ongeacht het vaccin dat wordt gebruikt. Bij een lage vaccinatiegraad van de meisjes (zoals het geval is in Brussel en Wallonië) zou deze uitbreiding de kosteneffectiviteit zelfs nog meer verhogen.

Gendergelijkheid

Het KCE wijst daarnaast ook op de kwestie van de gelijkheid: het vaccin enkel aanbieden aan meisjes, is nadelig voor de jongens, want ook bij mannen neemt kanker door hpv toe. De vaccinatie van de meisjes biedt weliswaar een onrechtstreekse bescherming aan hun toekomstige seksuele partners, omdat ze hen minder met virussen zullen besmetten. Mannen die seks hebben met mannen (MSM) zullen echter van deze indirecte bescherming niet kunnen genieten. De vaccinatie van alle jongens zou er dus ook voor zorgen dat bepaald seksueel gedrag niet wordt gestigmatiseerd, omdat alle toekomstige MSM zouden gevaccineerd worden voordat ze seksueel actief worden.

Uit het literatuuroverzicht van het KCE blijkt ook dat, in regio's waar de vaccinatiegraad van meisjes laag is, zoals in Brussel en Wallonië, het vanuit strikt economisch oogpunt nog interessanter zou zijn om de vaccinatie van de meisjes te verhogen in plaats van ze uit te breiden naar de jongens, maar dit zou dan indruisen tegen het principe van de gendergelijkheid.