31 januari, het laatste examen - immunologie - is achter de rug. Tijd om in te pakken en voor vier maanden richting Bern te trekken. Zorgen hoef ik me niet meer te maken, alles is al lang tot in de puntjes geregeld. De Zwitsers laten duidelijk niets aan het toeval over. Ze hebben dan ook de reputatie dat je er je klok gelijk op kan zetten. Waar mijn medestudenten op Erasmus in andere, meer zuidelijke, landen amper weten waar ze de eerste dagen aan toe zijn en zelf nog voor alles moeten lopen, is voor mij alles al lang in kannen en kruiken. Zodra de hele papierwinkel achter de rug was, kreeg ik een kot toegewezen - inclusief lakens en eigen mailadres - en werd ik overstelpt met informatie: waar goedkoop winkelen, hoe een abonnement op het openbaar vervoer of goedkope sim-kaart regelen, waar inschrijven in het bevolkingsregister... Zelfs over mijn eerste dag aan het Institut für Rechtsmedizin waar in de volgende maanden aan mijn masterproef werk, kan geen misverstand bestaan: om negen uur afspraak met de promotor, om 9u45 koffiepauze... Alleen het exacte onderwerp blijft voorlopig nog een goed bewaard geheim. De iets royalere studiebeurs - voor Zwitserland mag het al wat meer zijn gezien de levensduurte - staat wel al op mijn rekening en komt niet achteraf, zoals zo vaak in België.

De Zwitsers laten duidelijk niets aan het toeval over. Ze hebben dan ook de reputatie dat je er je klok gelijk op kan zetten

Dinsdag 3 februari is het dan eindelijk zo ver. In een auto volgepropt met dingen die ik zoal nodig denk te hebben voor mijn vier maanden van huis - vooral kleren en schoenen - gaat het, samen met mijn ouders, richting Bern. Voor mij is er nog net een klein plekje vrij op de achterbank. De reis naar de Zwitserse hoofdstad verloopt smooth. Bij aankomst lijkt Bern wel uitgestorven. Dat komt omdat net deze week veel Zwitsers de bergen intrekken om te skiën, verneem ik. Er is amper verkeer, maar hier blijkt iedereen sowieso het openbaar vervoer te nemen. Voor trein, tram, e-bus en bus volstaat dan ook één abonnement. Kunnen ze in België nog een puntje aan zuigen.

Mijn kot op de derde verdieping van een Studentenlogierhaus - een woonblok uit de seventies met 260 studentenkamers, vlakbij een treinstation - is sober en niet al te groot. En vooral: het moet dringend gepimpt. Maar met wat foto's lampjes, plantjes en kussens meegebracht uit België is dat zo gefikst. En kijk, ik heb zowaar toch iets gevonden waar de Zwitsers niet aan gedacht hebben. De stopcontacten hier blijken niet te matchen met de stekker van onder meer mijn laptop. En dus wordt het shoppen in Bern op zoek naar een adapter.

Eenzaam zal ik me hier niet gauw voelen, blijkt al op dag één

Eenzaam zal ik me hier niet gauw voelen, blijkt al op dag één. Een jaargenote van de UGent maakt net als ik haar masterproef aan het Institut für Rechtsmedizin. En de buitenlandse (Erasmus)studenten die in mijn studentenblok logeren - 't zijn er een zestigtal - hebben een WhatsApp-groep in het leven geroepen waar al de eerste uitstapjes opduiken. Vandaag gaat het richting rozentuin, niet voor de rozen want die zitten bedolven onder een laagje sneeuw, maar voor het fabelachtige uitzicht over de altstadt plus zonsondergang. Een prettig gestoord internationaal gezelschap is het, waarbij vooral de stille Finnen en de luidruchtige Zuid-Amerikanen opvallen.