...

Jan Depoorter, de nieuwe Nederlandstalige secretaris-generaal van de APB, wil de hele heisa een beetje relativeren. "Alles is eigenlijk begonnen met een opmerking van de artsen", stelt hij. "Zij vonden het een groot probleem, als ze een VOS wilden opstellen, dat hun software dat niet toeliet. Het BCFI is daaraan tegemoet gekomen, maar het is nog altijd de arts die beslist wat hij voorschrijft. Het VOS gaat bovendien niet, zoals men al te vaak laat uitschijnen, alleen om generieken. Ook brands kunnen VOS zijn." Verantwoordelijkeid De artsen hebben schrik dat er, als het ergens fout zou gaan, geen duidelijke verantwoordelijke meer zou kunnen aangeduid worden. "Die vraag zou kunnen gesteld worden", geeft Jan Depoorter toe. "Maar als een product bio-equivalent is, als het even doeltreffend is, dan zie ik niet in waarom er bij VOS een andere verantwoordelijkheid zou bestaan dan bij eender welk ander product." Voordeel Depoorter wijst bovendien ook op een voordeel van het VOS. "Men heeft de mond vol van therapietrouw, het niet wijzigen van medicatie. Maar als apothekers kunnen wij getuigen hoe vaak patiënten door verschillende artsen dezelfde molecule, maar een ander merk krijgen voorgeschreven. Zeker na een ziekenhuisopname. Als apotheker hebben wij de taak en de opdracht om de historiek van het geneesmiddelengebruik na te kijken. Daarna moet de apotheker zijn verantwoordelijkheid opnemen. Dat is net het grote voordeel van het VOS: acht tot negen op de tien patiënten hebben een vaste apotheker. Bijna alle chronische patiënten komen telkens weer bij dezelfde apotheker. Het apotheek-hoppen is iets voor jonge mensen. Door het farmaceutische dossier kunnen wij de patiënt perfect volgen. Zodus...