...

Tot nog toe was het een Europese richtlijn (2000/13), die al sedert 1990 in voege is, die de regeltjes voor de etiketten van voedingswaren bepaalde. In die richtlijn staat precies vermeld wat verplicht moet worden opgenomen op alle etiketten op voedingsmiddelen. Deze verplichte gegevens zijn: Wat verandert er? Het mag duidelijk zijn dat de etikettering van voeding het aankoopgedrag van de consument stuurt. Vage omschrijvingen zorgen voor slechte keuzes. De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan om de etiketten niet alleen uniform te maken voor heel Europa maar ook de etikettering op zich doorzichtig te maken. De aanpassingen gaan niet alleen over wàt er op de etiketten moet staan, maar ook over hoe ze eruit moeten zien. Zoek de fout De belangrijkste 'fouten' bij voeding zijn een overdaad aan eenvoudige suikers, verzadigde vetten en zout. Wie zo'n etiket probeert te ontcijferen, heeft niet altijd een correct idee van wat de vermelding op de verpakking betekent in vergelijking met wat hij dagelijks nodig heeft of wat aangewezen is, zelfs als het percentage in ADH (Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid) staat vermeld. Neem nu een product dat rijk is aan eenvoudige suikers, moet je dat dan onmiddellijk links laten liggen? Alles hangt natuurlijk af van de frequentie waarmee dit product wordt geconsumeerd en welke andere voedingsproducten men eet. Het is dus veel gemakkelijker om een product te evalueren als men een aantal geheugensteuntjes heeft. Laat ons als voorbeeld - en in theorie - starten met een volwassen vrouw. Zij heeft een dagelijkse behoefte van 2.000 kcal. Uitgebalanceerd zou dat betekenen dat ze 12 procent protiden (60 gr/dag), 32 procent lipiden (70 gr/dag) en 56 procent koolhydraten (of 280 gr/dag) met een maximum van 10 procent sacharose (of 50 gr suikers) nodig heeft per dag. Tips en trucs Er zijn een aantal regeltjes die de consument kunnen helpen om een product te evalueren. Zo kunnen we stellen dat, voor de bereide schotels, de hoeveelheid lipiden nooit groter mag zijn dan twee keer de hoeveelheid proteïnen. Anders is het product te rijk aan vetten. Het is opletten geblazen voor het gebruik van palmolie, wat rijkelijk in de voedingsindustrie wordt gebruikt, onder meer in koekjes en gebakjes. Dit is de enige olie die rijk is aan verzadigde vetzuren en dus op de etiketten aangeduid wordt als 'plantaardige olie'. Dezelfde argwaan moeten we ook hebben voor de gehydrogeneerde oliën die de zeer schadelijke transvetzuren bevatten. Maar niet alleen vet verdient onze aandacht. Ook voor zout moeten we beducht zijn, vaak 'verborgen' in koolzuurgashoudende dranken en voorbereide schotels. De dagelijkse aanbevolen hoeveelheid zout bedraagt 6 gram, wat 2,4 gram natrium betekent. Om de hoeveelheid zout in een gerecht juist in te schatten moet de hoeveelheid natrium dus met 2,5 vermenigvuldigd worden. Voedingswaren die meer dan 1,5 procent zout bevatten, kunnen we beter vermijden. Een andere instinker is sacharose dat opgenomen wordt onder het label 'eenvoudige suikers'. Neem bijvoorbeeld een potje yoghurt met fruit dat veel calorierijker is dan een identiek potje yoghurt natuur, zonder dat de extra voedingswaarde zal aangeboden worden op het etiket. Als laatste weetje kunnen we meegeven dat de plaats waar de producten vandaan komen vaak veel zegt over het respect voor de natuur.