...

Foliumzuur - of vitamine B9 - vinden we terug in plantaardige bladeren, zoals slablaadjes of spinazie. Het is trouwens vanuit die spinazieblaadjes dat begin de jaren '40 voor de eerste keer foliumzuur werd getrokken. Dit pteroylmonoglutaminezuur is over het algemeen aanwezig in voedingsstoffen onder de vorm van polyglutaminen, de zogenaamde folaten. Om metabolisch actief te kunnen zijn moet deze vitamine gereduceerd worden. De polyglutaminen worden gesplitst in monoglutaminen in de darmflora, om daarna geabsorbeerd en afgebroken te worden in de lever in tetrahydrofoliumzuur. Door zijn antioxiderende werking speelt vitamine C de rol van beschermer tegenover deze molecule. Waar zit vitamine B9? Foliumzuur zit vooral in groene groenten zoals salade, spinazie, erwtjes, andijvie, boontjes, avocado's en in fruit zoals sinaasappelen, rode vruchten, meloen en banaan. Gefermenteerde kazen, eieren en lever zijn ook goede leveranciers, net zoals linzen, tarwe en al zijn derivaten (bloem, brood, pasta), kikkererwten en kastanjes. Anders gezegd: foliumzuur vinden we in heel wat voedingsmiddelen terug. Doch, er is een 'maar'. Foliumzuur is zeer oplosbaar in water en bovendien zeer warmte-, lucht- en zuurtegraadgevoelig. De manier waarop de foliumhoudende producten bewaard en verwerkt worden spelen daardoor een grote rol. Het merendeel van de groenten wordt immers gekookt. Acht minuten koken betekent een vermindering met 80 procent van de vitamine B en frituren is goed voor een vermindering met 90 procent. Deze effecten zijn nog sterker als de voeding ook in kleine stukjes is gesneden. In tegenstelling tot wat men in de jaren '90 geloofde, is de biodisponibiliteit van folaten in voeding superieur aan die van gesynthetiseerd foliumzuur, maar varieert die toch van het ene tot het andere voedingsmiddel. Functies Foliumzuur is belangrijk bij de synthese van verschillende aminozuren, net zoals bij de synthese van purines en pyrimidine, met als logisch gevolg ook bij de aanmaak van RNA en DNA. Foliumzuur komt daardoor tussen bij mitose en bij de productie van rode bloedcellen. Bij tekort We zien een tekort aan foliumzuur omdat er op een bepaald moment een tekort aan aanvoer is, ofwel een veel grotere behoefte. Een onevenwichtige voeding kan aanleiding geven tot een tekort. Maar ook een overdreven consumptie van tabak of alcohol, hormonale contraceptie, de inname van oestrogenen en bepaalde geneesmiddelen kunnen de nood aan foliumzuur verhogen, net zoals zwangerschap, borstvoeding en groei. Een gematigd tekort leidt tot een ontstekingsreactie van de slijmvliezen wat zich kan vertalen in glossitis (ontsteking van de tong) en diarree. Maar deze ontsteking kan ook aanleiding geven tot veranderingen in het humeur, depressie of agitatie van de onderste ledematen. Een meer ernstig tekort kan de aanzet zijn tot megaloblastische anemie. Zwangere vrouwen Tijdens de zwangerschap verhoogt de nood aan foliumzuur. Eerst door de uitzetting van de weefsels van de moeder (bloed, uterus...) en daarna door de groei van de foetus. Zowat 2 procent van de vruchtbare vrouwen hebben een verhoogd risico op een tekort aan folaten en 25 procent vertoont een gemiddeld risico. Tekorten kunnen niet alleen veroorzaakt worden door de voeding, maar ook door de inname van de pil. Als we de groep zwangere vrouwen onder de loep nemen, dan wordt er geschat dat tussen de 25 en 66 procent van die groep minder dan 250 µg/dag binnen krijgt. Tijdens de eerste weken van de zwangerschap kan een tekort aan foliumzuur ervoor zorgen dat de neurale buis niet goed sluit wat malformaties zoals anencefalie, spina bifida of een gespleten lip en verhemelte tot gevolg kan hebben. Deze sluiting vindt plaats bij het begin van de zwangerschap op een moment waarop de meeste vrouwen zelfs nog niet weten dat ze een baby zullen krijgen. Het effect van extra foliumzuur net voor de conceptie is in het lang en breed aangetoond. Vele wetenschappers zijn het er trouwens over eens dat het goed is om met die supplementen te beginnen vanaf het moment dat een vrouw stopt met het innemen van anticonceptie. Daarom raadt men aan om voor de conceptie 400 µg/dag in te nemen tot 12 weken erna. Interessant om te weten is dat Canada en de VS al sinds 1998 systematisch witte bloem en bepaalde voeding met foliumzuur verrijken. Bij vrouwen die anti-epileptica nemen of die al kinderen hebben gebaard met afwijkingen die te wijten zijn aan een tekort aan foliumzuur kan de arts tot 4 mg/dag aanraden. Gevolgen Een verhoogde homocysteïne houdt een risico in voor cardiovasculaire aandoeningen, op verschillende plaatsen in het lichaam: cerebraal, coronair of perifeer. Of, anders gezegd, er bestaat wel degelijk een relatie tussen een hoge graad aan foliumzuur en een lage homocysteïnemie, vermoedelijk te wijten aan de manier waarop foliumzuur homocysteïne en methionine methyleert. Sedert men in Canada en de VS bepaalde voedingsstoffen met foliumzuur verrijkt, hebben wetenschappers vastgesteld dat er een daling is van het aantal overlijdens te wijten aan cerebrale vasculaire aandoeningen. Een andere hypothese die echter nog niet bevestigd is, gaat ervan uit dat een overdaad aan homocysteïne leeftijdsgebonden degeneratieve maculatie kan veroorzaken. Het risico zou verminderen als de patiënt foliumzuur, samen met vitamine B6 en B12 zou innemen.