...

Toegegeven: we hadden het geluk helemaal aan onze kant. Half oktober en een stralende zon bij 25 graden. Een mens zou van minder vrolijk worden. Met vier hadden we de bestemming gekozen. En aangezien Madrid nog vers in het geheugen lag, Firenze te moeilijk bereikbaar en Kopenhagen te koud was, werd het Wenen. Eerlijk gezegd was dat met wat frisse tegenzin. Want het beeld van Wenen dat we hebben, is nog altijd dat van Sachtertorte, in Mozart verklede promojongens en de klassieke Weense rijschool. Sachertorte Voor de echte liefhebbers: die zijn er nog altijd. De promojongens in Mozartkostuum proberen je nog altijd naar een Mozartconcert te lokken, het geluid van paardenhoeven galmt nog altijd op de kasseien en Sachtertorte... Hm. De échte Sachertorte is moeilijk te vinden. Want dat hadden we ons wel voorgenomen: we zouden naar het nieuwe Wenen op zoek gaan, maar het oude niet verloochenen en daar hoort Sachtertorte bij. Dure voorstelling Tot zover het 'oude' Wenen want, eerlijk gezegd, we hebben gepast voor de Spaanse Rijschool, de Wiener Sängerknaben, de paardenkoets en de opera. De combinatie van die vier had een gat van meer dan 300 euro in ons budget geslagen en dat vonden wij nu net iets te veel. Of het goedkoper kan? Jawel, wie voor de slechtste plaatsen kiest en enkel de ochtendrondleiding in de Spaanse Rijschool volgt, komt er met de helft vanaf. Maar die toegeving wilden we niet doen. Musea Maar we waren niet alleen naar Wenen gegaan om rond te lopen, al telt de stad een aantal winkelstraten waar je gerust een paar uur in verrukking kunt ronddwalen. Wij gingen op museumtoer. Wenen kent meer dan 100 musea, zelfs een apotheekmuseum, een museum van sneeuwbollen (glazen presse-papiers met figuurtjes en sneeuw in), een implantatenmuseum en een schnapsmuseum. Om het nog niet over het Sissi-museum te hebben. De Weense musea zijn niet goedkoop, maar ze zijn wel elke euro waard. Vaak kun je ook combitickets nemen en wie het echt goedkoop wil doen, moet zorgen dat hij de eerste zondag van de maand zijn citytrip plant. Dan zijn sommige musea gratis toegankelijk. Belvedère Ook het paleis Belvedère hebben we bezocht. Wat mij betreft, in de eerste plaats voor de retrospectieve Gustav Klimt (nog tot januari 2013). Wie in Wenen is en De kus niet heeft gezien, mist een unieke kans. Maar ook omdat het domein rond de paleizen (ja, het zijn er twee: het Oberes Belvedère en het Unteres Belvedère) en de orangerie zo prachtig is aangelegd met grote fonteinen en perfect aangelegde bloemenpercelen die het hele jaar door vol bloemen staan. Zentralfriedhof En dan is er nog mijn kleine 'afwijking'. Ik heb iets met kerkhoven. Een citytrip zonder een bezoek aan het stedelijke kerkhof kan nooit geslaagd zijn. Kerkhoven zijn de beste spiegels van een maatschappij en haar mensbeeld. Op dus naar het Zentralfriedhof, met zijn 2,5 miljoen m2 grote oppervlakte en 3 miljoen mensen die er begraven zijn het tweede grootste kerkhof van Europa. Een kerkhof waar katholieken, joden, Russisch orthodoxen en moslims hun eigen plekje hebben. Alleen de richting van de graven verraadt plotseling dat we op het moslimgedeelte zijn beland. Natuurlijk zijn er de beroemdheden en Wenen zou Wenen niet zijn als ze hun begraafplaats niet zouden hebben 'opgefleurd' met graven van beroemdheden die na hun dood (eerst) ergens anders begraven waren. Mozart bijvoorbeeld. Kwestie van de eigen celebrity's niet te vergeten. Catacomben Over Mozart gesproken. Hoe traditioneel ook, maar een bezoek aan het Mozarthuis mag niet ontbreken. En nu u toch in de buurt van de gotische St-Stephansdom bent... De kerk kon me weinig bekoren, tenzij het kunstig in patronen gelegde dak dan. Ik heb het sowieso al niet met kerken waar ik voor elke stap en elke blik moet betalen. Maar de catacomben onder de kerk mag je niet overslaan. De restauratie ervan op zich is al de moeite waard. Vele Habsburgers liggen er trouwens begraven. Niet in één stuk, neen. De stoffelijke resten van velen werden netjes 'verdeeld' over verschillende plaatsen. Maar ook de duizenden botten van de overleden pestlijders die er in de 16de eeuw met bosjes werden gedumpt, liggen er nog altijd. Netjes gerangschikt: beenderen bij beenderen, schedels bij schedels. Orde moet er zijn...