...

Om een behandeling en een vaccin tegen het nieuwe coronavirus te kunnen ontwikkelen, moeten wetenschappers in eerste instantie begrijpen hoe het pathogene agens gemuteerd heeft als uitgangspunt voor de epidemie. Onderzoeksteams hebben virusstalen van meer dan 1.000 wilde diersoorten onderzocht. Met zekerheid weten we dat het virus afkomstig is van de vleermuis: een studie toont aan dat het genoom van het SARS-CoV-2 voor 96% overeenstemt met een coronavirus (RaTG13) dat bij vleermuizen wordt aangetroffen.Maar het lijkt weinig waarschijnlijk dat vleermuizen rechtstreeks de mens besmet hebben, ook al worden deze dieren in China als voedsel gebruikt en waren ze te koop op de markt van Wuhan, waar alles begon. Onderzoekers speuren dus naar een 'tussenschakel', met andere woorden, een dier waarin de mutatie ontstond die het virus de mogelijkheid biedt om de mens te besmetten. Even werd gedacht dat het slangen waren, maar die hypothese is van tafel geritseld.Tot op heden gaan de sterkste vermoedens uit naar schubdieren. Een recente studie onderzocht schubdieren die in beslag waren genomen door de Chinese douane. De dieren waren gestorven aan een respiratoire infectie en droegen een hele reeks coronavirussen. Sommige daarvan leken sterk op het SARS-CoV, dat van 2002 tot 2004 de SARS-epidemie veroorzaakte. Maar vooral de analyse die op 13 februari in draft werd gepubliceerd door een team van het Baylor College in Houston brengt tastbare argumenten aan. De analyse toont namelijk aan dat een coronavirus aangetroffen bij schubdieren sterk verwant is met het SARS-CoV-2.Er is vooral veel overeenkomst in de gensequentie die codeert voor het eiwit waarmee het virus zich bij de mens aan de cellen van de luchtwegen bindt. "Het spike-eiwit van het coronavirus is een trimerisch eiwit dat ervoor zorgt dat het virus in de cel kan doordringen", zegt Joseph Petrosino van het Baylor College. "Het omvat het receptor binding domain (RBD). Het virus moet zich in een eerste fase via het RBD binden aan een oppervlakte-eiwit van de gastheercel. Zowel bij het SARS-Cov als bij het SARS-CoV-2 is dat oppervlakte-eiwit het angiotensin converting enzyme 2 (ACE 2), dat tot expressie wordt gebracht door het epithelium van de luchtwegen en door het longparenchym."James Wood, diensthoofd diergeneeskunde in Cambridge, vertelde op nieuwssite Reuters dat de argumentatie van het Baylor College ver van robuust is. "De resultaten zijn niet gepubliceerd. (Intussen is er een draft beschikbaar op het web, maar daarop wordt aangegeven dat er geen peer review heeft plaatsgevonden, nvdr.) Het gaat hier niet om wetenschappelijke bewijzen. De bevindingen kunnen ook verband houden met een besmetting vanuit een sterk geïnfecteerde omgeving."Joseph Petrosino betwist dit niet: "Buiten de sequentie die codeert voor het spike-eiwit vonden we een minder sterke gelijkenis tussen het virus van de schubdieren en SARS-CoV-2. Toch denken we dat het virus van de schubdieren zich gerecombineerd heeft met de stam van de vleermuis en zo het virus gevormd heeft dat nu in China circuleert". Edward Holmes van de universiteit van Sidney treedt hem bij: "De situatie is mogelijk vergelijkbaar met wat er gebeurd is tussen vleermuizen en dromedarissen bij de MERS-epidemie". Deze epidemie brak in 2012 uit in Saoedi-Arabië en is nog altijd niet uitgedoofd."Laat het nu de hiv-infectie, ebola of de infectie met het West-Nijlvirus zijn", overweegt prof. Thierry Hance van het Earth and Life Institute (UCL). "De overdracht van virussen tussen wilde dieren en de mens is intussen een frequent verschijnsel geworden. En hoe sterker we ingrijpen in ons milieu, hoe erger het zal worden. Nu eens is het te wijten aan consumptie van vlees afkomstig van wilde dieren, dan weer heeft het te maken met een te nauw contact met de fauna.""De infectie met het West-Nijlvirus werd veroorzaakt door kraaien. Het Zikavirus werd waarschijnlijk in Brazilië verspreid tijdens het wereldkampioenschap voetbal, nadat het lange tijd alleen in Oeganda voorkwam. Na de Braziliaanse epidemie stak het virus een aanzienlijk aantal mensen in Frans-Polynesië aan. Al deze voorbeelden verwijzen naar de druk die we uitoefenen op onze leefwereld, door steeds meer in contact te treden met wilde dieren. De dierenwereld heeft zich gedurende duizenden jaren aan een hele reeks virussen kunnen aanpassen, maar het mensenlichaam heeft daar geen verweer tegen."Wat nu? "Om ons als mensen te beschermen hebben we als enig doeltreffend middel het vroegtijdig opsporen van de uitbraken. Maar die situaties doen zich vaak voor in kwetsbare bevolkingsgroepen, die geen vlotte toegang hebben tot de gezondheidszorg. Voor sommige mensen is het eten van vlees afkomstig van wilde dieren de enige mogelijkheid om zich te voeden. We kunnen die mensen niet verwijten dat ze proberen te overleven. Het blijft dan maar de vraag of wij hier bij ons krokodil of kangoeroe moeten eten. Ook andere vormen van mondialisering spelen mee. We laten onze autobanden recycleren aan de andere kant van de planeet. Daarmee reiken we de mug plekjes met staand water aan, waardoor ze zich heeft kunnen nestelen in Italië en in Frankrijk. En met onze lucky bambou leggen besmettelijke organismen duizenden kilometers af", zegt prof. Hance nog.