Constipatie

...

We spreken van constipatie als iemand sinds meerdere weken minder dan drie stoelgangen per week heeft. Chronische constipatie is meestal van functionele oorsprong en treedt hoofdzakelijk op bij vrouwen en bejaarden. Maar als het stoelgangspatroon verandert, moet je je vragen stellen. Dat kan te wijten zijn aan bijvoorbeeld geneesmiddelen en ander organische of pathologische oorzaken, die moeten worden achterhaald. Het eetpatroon en lichaamsbeweging zijn belangrijk. Het is bewezen dat er een verband bestaat tussen een vezelarme voeding en constipatie. Het is raadzaam vijf porties fruit en groenten per dag te eten. De fermenteerbare oplosbare vezels (zoals inuline) die erin zitten, stimuleren de transit via een toename van de fecale massa en de bacteriële massa met productie van vluchtige vetzuren, die de darmperistaltiek versnellen. Maar het zijn vooral onoplosbare vezels, die in volle granen (brood, deegwaren, rijst,...) zitten, die invloed uitoefenen op de darmtransit. Die vezels nemen water op, zwellen en verhogen zo het gewicht en het volume van de stoelgang. In geval van een geringe vezelinname kan het nuttig zijn dagelijks tarwezemelen te eten als dat wordt verdragen. Je moet ook voldoende drinken opdat de vezels hun mechanische effect zouden kunnen uitoefenen. Bewegen stimuleert de darmperistaltiek en vergemakkelijkt de transit. Een halfuur per dag wandelen en weer gaan sporten helpen tegen constipatie. Soms volstaan de niet-farmacologische maatregelen en worden laxeermiddelen voorgeschreven. Er bestaan meerdere soorten laxeermiddelen, die min of meer snel werken. Bulkvormers (vezels, mucilago) en osmotische laxeermiddelen (lactulose, macrogol ...) zijn veilig, mogen gedurende lange tijd worden gebruikt en genieten dan ook de voorkeur.Diarree kan te wijten zijn aan meerdere mechanismen, die tegelijkertijd kunnen meespelen: onvoldoende absorptie in de darmen van het water in de stoelgang, snellere transit en abnormale passage van water en elektrolyten naar het darmlumen. Occasionele diarree kan worden veroorzaakt door een voedselintoxicatie, een virale gastro-enteritis, stress, enz. Sommige aandoeningen veroorzaken een chronische diarree: ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, coeliakie, lactose-intolerantie, hyperthyreoïdie,... Diarree kan ook worden veroorzaakt door geneesmiddelen, bijv. antibiotica, bepaalde kankermedicijnen, colchicine, digoxine, lithium, ijzer (symptoom van intoxicatie), olmesartan, ticlopidine, clopidogrel, isotretinoïne,... Een acute diarree kan zeer overvloedig zijn, langer dan 48 uur aanhouden en gepaard gaan met koorts > 38 °C, bloed in de stoelgang, hevige buikpijn,... In dat geval moet de patiënt een arts raadplegen. Bij diarree verlies je meer vocht. Dus is het belangrijk goed te drinken. Dat is nog belangrijker bij jonge kinderen en bejaarden. Alarmtekenen zijn een droge mond, een droge huid, een verminderde diurese, krampen, verlies van eetlust, tekenen van lichamelijke zwakte, ingezonken ogen en bewustzijnsverlies. Bij een ernstige diarree kan je een orale rehydratatieoplossing voorschrijven. Die zakjes bevatten een mengsel van koolhydraten en zouten. Om uitdroging te voorkomen bij zuigelingen van minder dan een jaar, kan je 10 ml orale rehydratatieoplossing/kg toedienen bij elke vloeibare stoelgang. Sommige voedingsmiddelen zoals citrusvruchten, rauwkost, kruiden en vette voedingsmiddelen kunnen de symptomen van diarree verergeren en moeten dus worden vermeden. Zetmeelrijke voedingsmiddelen zoals brood, witte rijst en graangewassen met wat vlees of magere vis stellen geen probleem. Daarna mag de patiënt weer yoghurt en gekookte groenten (wortelen, courgettes,...) eten. De behandeling verschilt naargelang van de ernst en de omstandigheden van de diarree. Chronische ziekten vergen een specifieke behandeling. Bij diarree moet je vooral uitdroging voorkomen. Je kan ook probiotica voorschrijven, die het evenwicht in de intestinale microbiota herstellen, of loperamide, dat de transit remt. Sinds kort beschikken we ook over secretieremmers zoals racecadotril, dat de symptomen van diarree vermindert, en medische hulpmiddelen op basis van gelatinetannaat, die een beschermende laag op het darmslijmvlies vormen, waardoor de frequentie en de duur van de diarree verminderen. Het prikkelbaredarmsyndroom is een frequente functionele darmaandoening, die gekenmerkt wordt door buikpijn, ongemak in het spijsverteringsstelsel, opzetting, flatulentie, diarree of constipatie. Vaak vertoont de patiënt nog andere verschijnselen zoals chronische vermoeidheid, chronische lage rugpijn, hoofdpijn, bekkenpijn, fibromyalgie, angst, slaapstoornissen,... De oorzaken zijn nog niet heel duidelijk, maar momenteel wordt het syndroom toegeschreven aan een ontsteking van het darmslijmvlies en afwijkingen van de microbiota. Stress en slechte eetgewoontes werken een prikkelbaredarmsyndroom in de hand. De patiënt moet voedingsmiddelen die het probleem verergeren mijden. In geval van lactose-intolerantie moeten alle voedingsmiddelen die lactose bevatten, worden gemeden. Voorts: alcohol, chocolade en cafeïne (die de darmcontracties stimuleren) mijden, pikante kruiden (pepers,...) mijden, rauwkost eten op het einde van de maaltijd, goed kauwen en op vaste uren eten. Je kan geneesmiddelen voorschrijven om de symptomen van constipatie en diarree te behandelen of spasmolytica. Vaak wordt echter de voorkeur gegeven aan probiotica. Onderzoek heeft aangetoond dat probiotica heilzame effecten hebben op de epitheelbarrière van de darmen en de overgevoeligheid van de ingewanden. Maar eerst moet de ontsteking van het darmslijmvlies worden aangepakt. Het aminozuur glutamine kan nuttig zijn wat dat betreft. Soms worden ook spijsverteringsenzymen voorgeschreven.