...

Als apotheker moet u zorgen voor de continuïteit van de zorg- verlening. U moet daarnaast ook collegiaal deelnemen aan de wachtdienst. In de praktijk rijzen daaromtrent wel eens wat vragen. Tijdens de wachtdienst moet u een directe en gemakkelijke toegang tot de officina waarborgen. Toch betekent dat niet dat de deuren van de apotheek noodzakelijk de hele tijd open moeten blijven. Zo wordt onder andere aanvaard dat u de patiënt bedient via een loket met parlofoon/videofoon. U moet wel de via dit kanaal aanvaarde betaalmogelijkheden duidelijk aankondigen. Bovendien moet u tijdens de wachtdienst uw 'groene kruis' in principe laten branden. De regels die in dat verband gelden hebben we reeds aangegeven in onze editie van vorige maand. U moet verder - net zoals gedurende de normale openingsuren van de apotheek - zorgen voor een aangepast onthaal van de patiënten. De deontologie vergt verder dat u luistert naar iedere patiënt die zich aanmeldt tijdens de wacht ongeacht het tijdstip en dat u advies en gepaste farmaceutische zorg verleent. Het verzekeren van de 'toegang' tot de apotheek impliceert overigens ook dat u telefonisch bereikbaar moet zijn. Evenwel wordt geenszins geëist of verwacht dat u dan advies per telefoon verleent. U moet verder zorgen voor een normale en snelle toegang tot de apotheek als u van wacht bent. Dat betekent dan ook dat u, als een patiënt bijvoorbeeld aanbelt, op een korte termijn ter beschikking moet staan. U mag wel degelijk rusten tijdens de wacht, mits u de officina verlicht houdt en in staat bent om op alle dringende door middel van de deurbel aangekondigde verzoeken te antwoorden. Woont u niet aan of boven uw apotheek (maar bijvoorbeeld op een korte afstand daarvan) dan is het niet toegelaten de lichten van de apotheek te doven en een telefoonnummer uit te hangen waarop u bereikbaar bent waarna u, als u gebeld wordt, zich alsnog naar uw apotheek haast. U mag tijdens de wacht bijvoorbeeld ook niet snel een van uw kinderen gaan afhalen op een feestje of bijvoorbeeld uw hond uitlaten. Net als tijdens de openingsuren moet er overigens ook tijdens de wachtdienst minstens één apotheker aanwezig zijn in de apotheek. De deontologische code stelt in dat verband trouwens dat in het kader van de organisatie van de wachtdienst binnen de officina, wanneer één of meerdere adjunct-apothekers in dienst zijn, de titularis en adjunct(en) solidair instaan voor deze wachtdienst. Indien u wachtdienst hebt, hebt u - volgens de deontologische code - het recht om een redelijk wachthonorarium te innen met respect voor de geldende wetgeving. Meer bepaald moet volgens de wet daarbij een onderscheid worden gemaakt tussen het wachthonorarium en het beschikbaarheidshonorarium. Bovendien mag u aan de patiënt een toeslag vragen wanneer hij zich in de apotheek aandient tijdens de wacht zonder voorschrift. U mag dat bedrag dan vrij bepalen. U moet er alleen voor zorgen dat het bedrag niet overdreven is en dat het redelijk blijft. De idee achter het mogen aanrekenen van een dergelijke toeslag is dat dit tot doel heeft het belang van de dienst die wordt verleend in het voordeel van de volksgezondheid te laten inzien en misbruiken te vermijden. U moet het bedrag van de toeslag ook vooraf ter kennis brengen aan de patiënt. U moet die dus op voorhand duidelijk informeren over hoeveel u hem gaat aanrekenen. Dat moet zelfs gebeuren nog vóór hij aanbelt of de officina binnengaat tijdens de wacht. Zo werd bv. al geoordeeld dat het aanrekenen van 20 euro als toeslag voor niet-voorgeschreven producten tijdens de wacht na 22 u geen deontologische inbreuk vormde gezien het bedrag van de toeslag duidelijk aangekondigd was bij de ingang van de apotheek en gezien het met de patiënt werd besproken vóór de aflevering van de producten. De continuïteit van de zorg en de behoorlijke organisatie van de wachtdienst verplichten elke apotheek om aan de wachtdienst deel te nemen. De apotheek kan slechts uitzonderlijk en met akkoord van de andere deelnemers van zijn wachtdienstverplichtingen worden vrijgesteld. Een systematische delegatie van de wachtdiensten van één apotheek naar een andere is niet toegelaten. De wetgeving laat ook niet toe dat een apotheker van de medische permanentie wordt uitgesloten. Gevallen waarin er sprake kan zijn van een tijdelijke vrijstelling zijn bv. een ongeval dat de apotheker overkomt, een sterfgeval in de familie, het feit dat de apotheek door wegenwerken tijdelijk niet bereikbaar is en dies meer.