De aanbevelingen zijn het resultaat van een 'consensusvergadering' eind vorig jaar. Het Comité voor de Evaluatie van de Medische Praktijk inzake Geneesmiddelen (CEG) van het Riziv houdt tweemaal per jaar zo'n bijeenkomst. Daarbij evalueert een jury de medische praktijkvoering inzake het voorschrijven van geneesmiddelen in een bepaald domein.

Met betrekking tot het gebruik van opioïden in de behandeling van chronische pijn, vindt de jury dat er in de opleiding en navorming van zorgverleners meer aandacht moet zijn voor de visie dat eerst de biopsychosociale benadering en de niet-opioïde pijnstilling maximaal moet aangewend worden vooraleer opioïde pijnstilling wordt overwogen.

Bij het meten de outcome van behandelingen voor chronische pijn, beveelt ze dan ook aan om multidimensionale meetinstrumenten te gebruiken zoals bijvoorbeeld de BPI en de SF-36, gezien deze meer aansluiten bij een biopsychosociale benadering van pijn. De jury is overtuigd van de biopsychosociale aanpak maar pleit in eenzelfde adem voor meer onderzoek naar de optimale toepassing van deze benadering.

Verder doet de jury nog een aantal aanbevelingen op vlak van voorschrijfgedrag, zoals het voorschrijven van opioïden zoveel mogelijk te vermijden bij niet-kankerpatiënten en in eerste instantie steeds de niet-medicamenteuze en niet-opioïde behandelingen te optimaliseren.

Om misbruik te voorkomen oppert ze om de opioïdvoorschriften, voor een welbepaalde patiënt, aan één arts toe te vertrouwen en steeds door één apotheker te laten uitvoeren.